Klatering

Waar de naam van buurtschap Klatering vandaan komt is niet geheel duidelijk. Mogelijk is het de naam (of bijnaam) van de eerste bewoners: omstreeks 1400 wordt de naam Clateringhe gebruikt. Een andere theorie is dat de naam afkomstig is van een populierensoort, de Klaterpeppel. Maar de vraag is of die bomen er ooit gegroeid hebben. Een derde mogelijkheid is dat er (vroeger) in Klatering een kwebbelaar gewoond heeft. In 1519 wordt er namelijk gesproken over een Klateringe wat een spotnaam kan zijn voor kwebbelaar.

Naamkundige dr. R.A. Ebeling neemt aan dat de buurtschap Klatering zich heeft ontwikkeld uit een boerderijnaam. Beter gezegd: dat een oorspronkelijk uit één boerderij bestaande nederzetting in verloop van tijd een gehucht is geworden. Hoe dan ook: er leven meer paarden en pony's in de buurtschap dan mensen. In 1840 omvatte Klatering 11 huizen met 54 inwoners. Tegenwoordig wonen er ongeveer 120 mensen. Veel mensen hebben iets met paarden, hobby- of beroepsmatig.

 

Bron website: HistorieBeilen.nl :  

Buurtschap ten noordoosten van Beilen en Alting en ten westen van Zwiggelte.
Reeds vanaf 1400 komt de naam Clateringhe als geslachts- of toenaam voor, in 1400 ook als Klaeteringe, in 1412 als Clateringe en in 1519 als Klateringe geschreven. De naam is afgeleid van de spotnaam voor kwebbelaar: klatere; afkomstig van het werkwoord klateren = ratelen, kwebbelen, klappen, kleppen.

In 1612 was Roelof Claeteringe bewoner van de 'Roelofplaatse'. In 1754 was Jannes Hindriks (Pepping/Popping) bewoner van de boerderij.
In de jaren 1691-1695 woonden in Klatering vier boeren en een keuter, en honderd jaar later, in 1797, blijken er twee (kleine) huizen te zijn bijgekomen.

In 1804 blijkt dat de boerderij met 'de aanduiding Roelofplaatse' in vier keuterijen is opgedeeld. De vier verschillende eigenaren van deze keuterijen waren in 1807 schoonzonen. In de andere boerderijen woonden de families Bults, Makken en Nijsinge. In de 19de eeuw kwamen de families Schipper, Stevens, Meijering, Beuving, en Folkerts in Klatering wonen.

Door de aanleg van de spoorlijn in 1870 gingen er spoorwegarbeiders in de wachtposten wonen en bouwden woningen in het Klateringerveld ook wel Nieuw-Klatering genoemd.
In Klatering woonden in verhouding tot Alting meer keuters en arbeiders.

Bij de markescheiding in 1844 waren in Klatering ruim vijf waardelen. In Alting waren er ruim drie waardelen. Op de Klateringer es ten noorden van Klatering hadden ook Altinger boeren hun akkers.

Cornelis Nijmeijer werd directeur van de in 1898 opgerichte handkracht boterfabriek 'Onderling Belang'. Waarschijnlijk is deze in 1912 opgeheven.

In september 1907 brandden binnen enkele uren vijf boerderijen volledig af. Deze werden, deels dichter bij de straat, herbouwd.

In 1946 bedroeg het aantal woningen 39 stuks; in 2010 waren er 47 woningen.