Klatering in't rondtie

Kaart downloaden

Klatering in `t rondtie
Het ‘Klateringer rondtie’ is een wandelroute over verharde en onverharde wegen en paden en is ca. 10 km lang, maar kan ook in twee delen worden gelopen. Honden mogen meewandelen als zij zijn aangelijnd. Punten op het kaartje verwijzen naar de tekst in dit boekje, het eerste gedeelte van de route is met cijfers, het tweede gedeelte met letters aangegeven. De wandeling start bij het Mummelhuus.
 
bord-klatering
Naam Klatering
Over het ontstaan van de naam van buurtschap Klatering zijn verschillende theorieën in omloop. Zo rond 1400, wanneer de eerste bewoners ten noordoosten van Beilen neerstrijken, is Clateringhe mogelijk de naam van de  eerste boerderij of bewoner in dit gehucht. In de archieven wordt Roelof Claeteringhe genoemd als bewoner van de ‘Roelofplaats rond 1612.
Clateringhe als geslachtsnaam werd in die tijd ook wel geschreven als Claeteringhe of Klaeteringe en later (rond 1500) als Clateringe of Klateringe. De naam Klateringe kan ook de spotnaam voor een kwebbelaar zijn geweest (klateren, ratelen, kwebbelen),die ooit in Klatering zou kunnen hebben gewoond.            
Eind 17e eeuw stonden in Klatering vier boerderijen en een keuterboerderijtje, honderd jaar later waren er twee kleine huizen bijgekomen. Rond 1840 bestond het gehucht uit 11 woningen, met 54 bewoners.
Vlak na WOII had Klatering 39 woningen en op dit moment zijn het er 47 met circa 120 bewoners.
 
 
   1. mummelhuusMummelhuus
 Het Mummelhuus is sinds 2013 het buurthuis van Klatering. Het is gebouwd met hulp van veel Klateringers en andere vrijwilligers buiten Klatering en financieel mogelijk gemaakt met bijdragen uit diverse fondsen en van sponsoren en buurtbewoners.
Klatering heeft duurzaamheid hoog in het vaandel; op het dak liggen 32 zonnepanelen die zorgen voor de elektriciteit.
 
 
 2. Boermarke
De Boermarken in Drenthe zijn in velerlei opzicht uniek in de wereld. Het begrip Boermarke gaat terug tot de tijd van de Germanen, die zich op vaste plaatsen gingen vestigen waarbij de grond gemeenschappelijk werd gebruikt. Boermarken kregen in de vroege middeleeuwen (5e tot 10e eeuw) vorm als vereniging van zogenaamde gewaardeelde boeren in een buurtschap als Klatering.
Het totale gebied van de buurtschap werd de ‘Marke’ genoemd. Alle boeren met een aandeel (waardeel) in de gemeenschappelijke grond waren Markegenoten. Een waardeel bepaalde de rechten en plichten binnen de gemeenschap. Zo lag per waardeel vast hoeveel plaggen (heide) mochten worden gestoken, hoeveel hout mocht worden gekapt en hoeveel vee op de hei van de buurtschap mocht worden geweid. De bestuurders van de Boermarke worden volmachten genoemd.
In de loop der eeuwen kregen buurtschappen ook te maken met grondeigenaren van buiten het dorp door bijvoorbeeld verkoop of vererving. De gerechtigden in de Marke waren niet altijd meer boer.
Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd een deel van de taken van de  Boermarke overgedragen aan de provincie, gemeenten en waterschappen. De invloed van de Boermarke nam langzaam af.
Niettemin vormen deze rechtspersonen tegenwoordig in Drenthe nog steeds een bindende factor op het platteland. Ze zijn eigenaar van brinken, ijsbanen, bosjes en wegen, stellen landbouwwerktuigen ter beschikking aan de leden, verhuren de jachtgronden en zijn vaak aanspreekpunt voor de overheid en andere instanties. De in 1991 opgerichte Vereniging Drentse Boermarken telt nog 87 actieve en zelfstandige Boermarken.
De Boermarke van Klatering is sinds jaar en dag samengevoegd met die van Alting. Tot de aanleg van de autoweg N381 en de daarvoor noodzakelijke omleg van de doorgaande weg naar Beilen
hier verandering in bracht, waren beide buurtschappen namelijk nauw met elkaar verbonden. De Boermarke van Klatering-Alting heeft momenteel een dagelijks bestuur van drie personen (de
volmachten). Het totale oppervlakte behelst 450 hectare, van ongeveer 40 grondeigenaren. Leden van de Boermarke dienen minimaal 1,5 ha grond in het gebied te bezitten.
bankje
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
3. Oud ven bij de Klateringer Bergen
De Klateringer Bergen is een stukje natuur dat laat zien hoe de omgeving er vroeger uit heeft gezien. Tot in de jaren vijftig liep er een zandweg over de heide van Klatering naar het Oranjekanaal, zonder
de huidige scherpe bochten. Het gele zand van de Klateringer Bergen mochten de leden van de Boermarke afgraven voor eigen gebruik. Ook is dit zand rond 1960 gebruikt voor verharding van de
weg tussen Klatering en Zwiggelte.
Naast het zandpad, ongeveer onder de hoogspanningsmasten, was een ven dat het ‘Roedenveentje’ werd genoemd. Een roe staat voor een are. Tijdens de ruilverkaveling in de jaren 60/70 van de vorige
eeuw is het ven dichtgegooid.
 
4.    Ruilverkaveling
Rond 1960 heeft er een herinrichting van het gebied en een ruilverkaveling van de landerijen plaatsgevonden. Boeren ruilden land en percelen werden groter gemaakt zodat deze efficiënter
te bewerken waren. Daarbij werden nieuwe wegen aangelegd, zandwegen verhard en een deel van de boerderijen uit het dorp verplaatst naar het buitengebied. Nieuwe ‘moderne’ boerderijen
verrezen. Grond werd gedraineerd, sloten verlegd, vennetjes gedempt en beken gekanaliseerd. Het kleinschalige landschap met de vele kleine bosjes en houtwallen verdween.
toen
nu
 
4.    Oranjekanaal
In 1853 werd begonnen met het (handmatig!) graven van het Oranjekanaal vanuit de Drentse Hoofdvaart bij Smilde naar de zuidoost-Drentse venen bij Klazienaveen. Eerder dat jaar was
de ‘Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij’ opgericht, een investeringsmaatschappij die hoopte winst te maken door veengebieden aan te kopen en turf te vervoeren over het nieuwe
kanaal. Het was de bedoeling dat het kanaal ‘Middenkanaal’ zou gaan heten, maar ter ere van koning Willem III is de naam gewijzigd in Oranjekanaal.
oranjekanaaHet kapitaal kwam uit ‘Holland’. De gronden waren ‘om niet’ van de boermarken verkregen; de boeren konden in ruil daarvoor hun  producten via het kanaal afvoeren. De plannenmakers hadden echter
onvoldoende rekening gehouden met het grote hoogteverschil in Drenthe (circa 7 meter) dat bij de aanleg moest worden overbrugd. Hierdoor moesten extra investeringen gedaan worden, onder andere
door meerdere sluizen aan te leggen en liep het project grote vertraging op. Het Oranjekanaal werd uiteindelijk in 1858 voltooid. Het kanaal is in de loop der jaren gebruikt voor het vervoer van o.a.turf, zand, grind, kunstmest, graan, stro, vlas en aardappelen. Aan weerszijden waren jaagpaden, waarover paarden of de schippers zelf de boten met een lange jaaglijn konden voorttrekken.
in-de-zomerUiteindelijk heeft het Kanaal nooit gerendeerd. Immers, enkele jaren later, in 1870, werd de spoorlijn voltooid. In dezelfde periode is ook de weg tussen Beilen en Hooghalen verhard.
In het kader van de werkverschaffing is het Oranjekanaal in 1923 nog verdiept en verbreed, maar rendabel werd het evengoed niet. Uiteindelijk is het kanaal in 1976 voor de beroepsscheepvaart
gesloten. Het heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een waardevol landschappelijk gebied en vormt een wateropslag voor het Drents plateau.
 
5.    Schouwpaden
schouwpad
Het Waterschap ‘Reest en Wieden’ beheert de waterstanden in dit gebied. Zij heeft toestemming gegeven om met dit ‘Rondtie’ over de schouwpaden te wandelen. Deze paden zijn in eigendom van het
Waterschap en worden gebruikt voor het onderhoud van de sloten. Schouwpaden zijn 1,5 meter breed. De naam schouwen komt van het jaarlijks controleren (de ‘schouw’) door het Waterschap van sloten
die belangrijk zijn voor de afwatering. Het is voor het hele gebied van groot belang dat de waterafvoer en doorstroming onbelemmerd kan plaatsvinden. Het Waterschap en particuliere eigenaren van aanliggend land moeten daarom zorgen dat de sloten regelmatig worden geschoond en uitgediept.
 
 
6.    Essenlandschap en houtwallen
Het oude Klatering bestond uit een groepje boerderijen met een es,heidevelden, vennetjes en veentjes.
De es was relatief hoog gelegen bouwland ten noorden van Klatering, ontstaan na de ontginning van heidegrond. De hoge ligging ontstond geleidelijk door jarenlange bemesting met mest uit de potstallen.
De schapen, die overdag op de heide graasden, stonden ’s nachts in de potstal. De potstal werd ‘opgestrooid’ met heideplaggen. Dit mengsel werd regelmatig over de es verspreid om de onvruchtbare
zandgrond vruchtbaarder te maken.
Op de es verbouwde men onder meer rogge. De es was lange tijd in gemeenschappelijk gebruik van de buurtschap. De heidevelden rondom het buurtschap waren ook van belang voor de bewoners. Niet alleen om er de schapen te laten grazen en er plaggen van te steken, maar ook om er materialen te verzamelen voor het maken van gebruiksartikelen zoals borstels en bezems.
Houtwallen ontstonden later, toen boeren delen van de heide voor eigen gebruik gingen ontginnen. Ze omzoomden hun stukjes grond met greppels en maakten als veekering een wal met begroeiing.
Er werden struiken met doornen, zoals bramen, rozen en meidoorn geplant om te fungeren als natuurlijk prikkeldraad.
De houtwallen met daarop onder andere eiken leverden bouw-, brand- en geriefhout. Houtwallen zijn landschappelijk nog steeds van bijzondere betekenis. Ze herbergen een grote verscheidenheid
aan planten- en diersoorten.
es
houtwalDit kleinschalige landschap veranderde langzaam door toename van mechanisatie en intensivering van het grondgebruik. De gemeenschappelijke heidevelden en zandverstuivingen werden in het midden van de 19e eeuw geprivatiseerd en ‘woeste gronden’ werden verder ontgonnen ten behoeve van de landbouw.
De uitvinding van kunstmest in het laatste deel van de 19e eeuw maakte het gebruik van schapenmest en heideplaggen overbodig: de schaapskuddes verdwenen op veel plaatsen uit het landschap.
 
7.    Aanleg spoorlijn
Op 18 augustus 1860 werd een wet aangenomen die het mogelijk maakte dat de Staat der Nederlanden een spoorlijn aanlegde, in een rechte lijn tussen Meppel en Groningen, dwars door de heidevelden.
Tien jaar werd er aan de lijn gewerkt en op 1 mei 1870 kon het traject in gebruik worden genomen. Spoorwegarbeiders bouwden in het Klateringerveld langs het spoor wachtposten en huizen. Dit deel
van de buurtschap wordt ook wel Nieuw-Klatering genoemd.
spoorHet spoor was bedoeld voor het vervoer van landbouwproductent paadje door de houtwal naar de markt.
Omdat er, mede door gebrek aan kunstmest, weinig overschotten aan landbouwproducten waren is de lijn daarvoor nooit optimaal gebruikt. In 1912 werd de spoorlijn verdubbeld en in 1952 vond elektrificatie plaats.
 
 
 
 

A. Verbinding Klatering – Alting
Nog steeds werken de buurtverenigingen en de Boermarken van de buurtschappen Klatering en Alting veel samen. Op het oude plattegrondje is goed te zien hoe beiden vroeger geografisch met
elkaar verbonden waren. Dit veranderde toen rond 1970 de autoweg Drachten-Emmen (N381) langs Klatering werd aangelegd. Daarvoor moest de doorgaande weg Klatering - Alting - Beilen worden
omgelegd en hierbij is het huisnummer Klatering 1 verdwenen. Tussen Klatering en Alting, stond vanaf ca. 1950 de gezamenlijke diepvries. Dit was een gebouwtje van ongeveer vijf bij drie meter
dat tot ongeveer 1970 dienst heeft gedaan. Middenin stond een dubbele diepvries, aan weerskanten was een gangetje. Ieder huishouden kon een eigen diepvrieskluis huren bij de ‘Diepvriesvereniging’.
De diepvriezen waren nog niet zo goed geïsoleerd als tegenwoordig waardoor het altijd koud was in het ‘diepvrieshuis’.
oud-klatering

B. Melkfabriekje
In het laatste deel van de 19e eeuw nam de productie van melk toe. Melk is bederfgevoelig en moest dus zo snel mogelijk verwerkt worden. Voor de verwerking en afzet van de producten (boter en
kaas) werden zuivelcoöperaties opgericht. Vrijwel ieder Drents gehucht, hoe klein ook, kreeg een zuivelfabriek.
Zo werd in 1898 ook in Klatering een vergunning afgegeven voor de oprichting van de Handkracht Roomboterfabriek ‘Onderling Belang’, waar melk verwerkt kon worden tot roomboter. De centrifuges werden met de hand aangedreven. Het gebouw omvatte een ontvangstkamer voor de melk, een werkplaats, kantoor, enkele stallen en een bergplaats. Het fabriekje was maar klein en kon al snel de concurrentie met de grote melkfabriek in Beilen niet meer aan. In 1912 werden de activiteiten al weer beëindigd. Het gebouw werd voor 473 gulden verkocht en verbouwd tot dubbel woonhuis.
De huisnummers 2 en 3 worden in Klatering nog steeds ‘het oude melkfabriekje’ genoemd.
 
C. De oudste boerderij van Klatering
De boerderij op nummer 12 is de oudste van Klatering. Dit is een Saksische boerderij van het Hallehuis-type uit ca.1790.
Het voorhuis van deze boerderij staat in westelijke richting. Aan de oude eiken is de stand van de bebouwing van toen nog af te lezen.
In die tijd werd een extra schuur voor hooiopslag schuin achter het hoofdgebouw gezet. Voor de stevigheid van de constructie werd deze wel aan de boerderij vast gebouwd. Op deze wijze konden
boerenwagens er nog makkelijk langs en naar binnen rijden. Bij de grote brand in september 1907 bleef Klatering 12 gespaard. De vijf naastgelegen boerderijen brandden in enkele uren tijd volledig af
en zijn later herbouwd met het voorhuis in oostelijke richting.
oudste
oudste-nu
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
D. De Klateringer Leek
Ten oosten van Klatering loopt de Klateringer Leek, een zijtak van de Beiler stroom.
De eerste nederzettingen ontstonden vaak bij een beekje. De drassige graslanden langs het beekje worden in het Drents ‘Madelanden’ genoemd en waren alleen geschikt als gras / hooiland,
omdat ze regelmatig overstroomden. Het slib dat daarbij achterbleef, vormde een bemesting voor de oevers.
De naam ‘made’ is verwant met het woord ‘maaien’ en het Engelse ‘meadow’. Bij de ruilverkaveling werden veel van deze stroompjes gekanaliseerd, waardoor ze nu moeilijk van een flinke sloot te onderscheiden zijn.
 
E. In de Klateringer Bergen
Dit stukje natuur is in eigendom van drie verschillende eigenaren: De Boermarke, Staatsbosbeheer en een particulier. Dit stuk is hoger gelegen grond, een zg. stuifzandkop. De Boermarke heeft gezorgd
voor een ven, als drinkplek voor de reeën. Op het open stukje grasland droogden vroeger de Klateringer boeren hun graan op ‘graanmijten’. Deze mijten hadden een doorsnee van zo’n zes tot acht meter. Uit praktische overwegingen werden alle graanmijten op een gezamenlijk veld bij elkaar gezet.
bergen
ploegIedere Klateringer boer kon er één of meerdere mijten plaatsen. De dorsmachine was zodoende maar op één plek aan het werk. Toen de combine z’n intrede deed verdwenen de graanmijten uit het landschap.
Er werd tot voor kort regelmatig door de buurtbewoners op dit grasveld gevolleybald. Tegenwoordig gebeurt dit bij het Mummelhuus.